79. Hij zei: “Ik zoek toevlucht bij Allah dat ik iemand anders dan hij waar wij onze bezitting bij vonden nemen. Voorwaar (als wij dat doen) dan zullen wij tot de onrechtvaardigen behoren.”
80. Toen zij dus de hoop opgaven hielden zij met elkaar een beraadslaging. De oudste onder hen zei: “Weten jullie niet dat jullie vader een eed van jullie in Allah Zijn naam heeft afgenomen en hiervoor hebben jullie je plicht verzaakt met betrekking tot Yoesoef? Daarom zal ik dit land niet verlaten tot mijn vader het mij toestaat, of dat Allah over mijn geval besluit en Hij is de beste van de Rechters.
81. Keer tot jullie vader terug en zeg: 'O vader! Waarlijk jouw zoon heeft gestolen en wij getuigen slechts wat wij weten en wij kunnen het onwaarneembare niet kennen!
83. Hij (Yacoeb) zei: “Nee, maar jullie hebben jezelf met iets bedrogen. Dus geduld is het meest passend. Misschien brengt Allah hen tot mij. Waarlijk Hij en alleen Hij is Alwetend, Alwijs.