Qurani Kərimin mənaca tərcüməsi - Holland dilinə tərcümə - "Ruvvad" tərcümə mərkəzi.

Səhifənin rəqəmi:close

external-link copy
28 : 36

۞ وَمَآ أَنزَلۡنَا عَلَىٰ قَوۡمِهِۦ مِنۢ بَعۡدِهِۦ مِن جُندٖ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ وَمَا كُنَّا مُنزِلِينَ

28. En Wij hebben niet na hem (zijn dood) een leger uit de hemel naar zijn volk gestuurd noch sturen Wij hen. info
التفاسير:

external-link copy
29 : 36

إِن كَانَتۡ إِلَّا صَيۡحَةٗ وَٰحِدَةٗ فَإِذَا هُمۡ خَٰمِدُونَ

29. Er was slechts een enkele afschuwelijke schreeuw en zie! Zij waren vernietigd. info
التفاسير:

external-link copy
30 : 36

يَٰحَسۡرَةً عَلَى ٱلۡعِبَادِۚ مَا يَأۡتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُواْ بِهِۦ يَسۡتَهۡزِءُونَ

30. Spijtig voor de dienaren (die niet naar Allah luisteren) er is geen boodschapper tot hen gekomen of zij dreven de spot met hem. info
التفاسير:

external-link copy
31 : 36

أَلَمۡ يَرَوۡاْ كَمۡ أَهۡلَكۡنَا قَبۡلَهُم مِّنَ ٱلۡقُرُونِ أَنَّهُمۡ إِلَيۡهِمۡ لَا يَرۡجِعُونَ

31. Hebben zij niet gezien hoeveel generaties Wij vóór hen vernietigd hebben? Waarlijk, zij zullen niet tot hen terugkeren. info
التفاسير:

external-link copy
32 : 36

وَإِن كُلّٞ لَّمَّا جَمِيعٞ لَّدَيۡنَا مُحۡضَرُونَ

32. En zeker allen – ieder van hen zal voor Ons gebracht worden. info
التفاسير:

external-link copy
33 : 36

وَءَايَةٞ لَّهُمُ ٱلۡأَرۡضُ ٱلۡمَيۡتَةُ أَحۡيَيۡنَٰهَا وَأَخۡرَجۡنَا مِنۡهَا حَبّٗا فَمِنۡهُ يَأۡكُلُونَ

33. En een teken voor hen is het dode land. Wij gaven het leven, en Wij brachten daar granen uit voort, zodat zij daarvan eten. info
التفاسير:

external-link copy
34 : 36

وَجَعَلۡنَا فِيهَا جَنَّٰتٖ مِّن نَّخِيلٖ وَأَعۡنَٰبٖ وَفَجَّرۡنَا فِيهَا مِنَ ٱلۡعُيُونِ

34. En Wij hebben daarin tuinen van dadelpalmen en druiven gemaakt en Wij hebben ervoor gezorgd dat waterbronnen daarin stromen. info
التفاسير:

external-link copy
35 : 36

لِيَأۡكُلُواْ مِن ثَمَرِهِۦ وَمَا عَمِلَتۡهُ أَيۡدِيهِمۡۚ أَفَلَا يَشۡكُرُونَ

35. Zodat zij van het fruit daarvan mogen eten, en hun handen hebben het niet gemaakt. Zullen zij dan niet dankbaar zijn? info
التفاسير:

external-link copy
36 : 36

سُبۡحَٰنَ ٱلَّذِي خَلَقَ ٱلۡأَزۡوَٰجَ كُلَّهَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلۡأَرۡضُ وَمِنۡ أَنفُسِهِمۡ وَمِمَّا لَا يَعۡلَمُونَ

36. Verheven is Hij Die alle paren geschapen heeft van wat de aarde produceert, en paren van hun eigen soort en van datgene waar zij niets van weten. info
التفاسير:

external-link copy
37 : 36

وَءَايَةٞ لَّهُمُ ٱلَّيۡلُ نَسۡلَخُ مِنۡهُ ٱلنَّهَارَ فَإِذَا هُم مُّظۡلِمُونَ

37. En een teken voor hen is de nacht, Wij hebben het van de dag afgehaald, en zie zij zijn in de duisternis. info
التفاسير:

external-link copy
38 : 36

وَٱلشَّمۡسُ تَجۡرِي لِمُسۡتَقَرّٖ لَّهَاۚ ذَٰلِكَ تَقۡدِيرُ ٱلۡعَزِيزِ ٱلۡعَلِيمِ

38. En de zon vaart haar eigen koers voor een (vastgestelde) termijn. Dat is de bepaling van de Almachtige, de Alwetende. info
التفاسير:

external-link copy
39 : 36

وَٱلۡقَمَرَ قَدَّرۡنَٰهُ مَنَازِلَ حَتَّىٰ عَادَ كَٱلۡعُرۡجُونِ ٱلۡقَدِيمِ

39. En de maan, daarvoor hebben Wij standen uitgemeten tot het als een oude droge, gebogen dadelstok terugkeert. info
التفاسير:

external-link copy
40 : 36

لَا ٱلشَّمۡسُ يَنۢبَغِي لَهَآ أَن تُدۡرِكَ ٱلۡقَمَرَ وَلَا ٱلَّيۡلُ سَابِقُ ٱلنَّهَارِۚ وَكُلّٞ فِي فَلَكٖ يَسۡبَحُونَ

40. Het is niet aan de zon om de maan in te halen noch gaat de nacht de dag voorgaan. Zij bewegen allen, ieder in een vaste baan. info
التفاسير: